10 juli 2017

Hommage

 

Uitgesproken door Steven Vanackere naar aanleiding van 25-jarig parlementair mandaat


Wie Brigitte Grouwels zegt, zegt Brussel.  Brussel, beste Brigitte, is uw werk en uw leven.  Brussel is waar u woont, de stad waar u samen met uw man drie kinderen grootbracht, waar u fietst en wandelt, de stad waar u inkopen doet op de markt op het Ardense Jagersplein en de stad waar u uw stamcafé heeft.  Voor de insiders: de Saint-Hubert. Brussel is ook de stad waarin u een succesrijke politieke loopbaan uitbouwt, nu al meer dan 25 jaar.  Maar wie de echte Brigitte Grouwels wil kennen, moet de zoektocht niet starten in Brussel, maar in het groene hart van Limburg, in Diepenbeek. 

 

Brigitte Grouwels werd geboren op 30 mei 1953, één dag nadat Edmund Hillary de Mount Everest bedwong en twee dagen vóór Elisabeth II de Britse troon besteeg.  Kortom, de voortekenen voor een grote toekomst waren gunstig.  U groeide op in een christelijk gezin waar maatschappelijk engagement al even vanzelfsprekend was als de pruimenvlaai op zondagnamiddag.  Uw vader, huisarts, en uw moeder waren sociaal en politiek zeer actief.  U bent de oudste van zes kinderen en dus in zekere zin van nature een fractieleidster.

 

Het heet dat Limburgers honkvast zijn, maar met dat cliché heeft u algauw een loopje genomen.  Voor uw middelbare studies trok u al meteen op internaat in Antwerpen.  Nadien keerde u wel even naar de heimat terug, om in het nagelnieuwe Limburgs Universitair Centrum handels- en consulaire wetenschappen te studeren.  Nu is dat de Universiteit Hasselt, een naamswijziging die het hart van de rasechte Diepenbeekster in u nog altijd een beetje doet bloeden.

 

Toen dreef de reislust u naar Parijs, om aan de Sorbonne economische ontwikkeling te bestuderen.  Het toetje was een studie oosterse filologie in Leuven.  En zo belandde u dan eindelijk in Brussel, met in uw rugzak een rits academische kennis én het mythische Limburggevoel. Om dat te kunnen omschrijven, gingen we te rade bij de grote expert ter zake, het dagblad “Het Belang van Limburg”.  Het Limburggevoel is: samenhorigheid. Verbondenheid.  Warmte.  Het zou ook de grondstroom van uw politieke engagement worden.

 

U ging eerst aan de slag bij de Europese Commissie, dan bij Cepess en nog later bij een ngo die zich toelegt op ontwikkelingssamenwerking in Latijns-Amerika.  U huwde intussen een man uit de duizend, hij was dan ook ambtenaar in de Senaat en u begeleidde uw drie kinderen naar de volwassenheid.  Intussen deed u in Brussel volop wat u later zo vurig zou bepleiten voor alle inwijkelingen in de hoofdstad: inburgeren.  U verkende het Brusselse gemeenschapsleven, ijverde in comités voor veilige straten en leefbare woonwijken, u werd een Brusseles.  Want samenhorigheid komt niet vanzelf, het is een werkwoord.

 

U tilde die maatschappelijke betrokkenheid ook naar het politieke niveau en sloot u aan bij de CVP, trouw aan uw christelijke waarden.  U legde in 1992 de eed af als lid van de toenmalige Brusselse Hoofdstedelijke Raad.  Vandaag, 25 jaar later, bent u terug lid van datzelfde parlement, dat zich nu ook officieel parlement mag noemen, en bent u ook deelstaatsenator.  U heeft die kwarteeuw echter opgevuld met heel afwisselende mandaten: lid van het Brussels Parlement, lid van het Vlaams Parlement, Vlaams minister, fractievoorzitter in het Brussels Parlement, staatssecretaris van de Brusselse regering, minister van de Brusselse regering en, in die hoedanigheid, ook lid van het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en van het Verenigd College.  De drukker van uw visitekaartjes moet een gelukkig man zijn.

 

Wat was in die veelzijdige loopbaan uw finest hour? Ik kan slechts gissen, maar iets vertelt me dat u zich als een vis in het water voelde als Brussels minister van Openbare Werken en Vervoer.  Het mobiliteitsvraagstuk in uw eigen woonomgeving, de Europese wijk, was immers één van de opstapjes naar uw politiek engagement.  U wist reeds lang hoe ontzettend complex het is om botsende belangen te verzoenen: een grootstad moet rust, veiligheid en comfort verschaffen aan haar inwoners, maar zij moet ook de vlotte verplaatsingen mogelijk maken die levensnoodzakelijk zijn voor bedrijven en winkels.  Zo’n dilemma is op uw maat gesneden, want u bent een pragmaticus.  U gaat de samenlevingsproblemen nooit met dogma’s te lijf, maar met een pragmatische, zakelijke aanpak.  En dat is uw grote sterkte.  De titel van uw beleidsplan als minister spreekt trouwens boekdelen.  Brussel: een pragmatische ambitie.  Het is de perfecte synthese van uw beleidsaanpak: het overheidsoptreden moet ambitieus zijn, maar ook pragmatisch.  Op z’n Diepenbeeks gezegd: gene flooë kal.  Vertaald betekent dat zoveel als: niet leuteren, maar doen.


U staat dan ook niet bekend voor boude uitspraken.  Integendeel, u zocht en zoekt altijd de consensus.  Weet u welk woord in uw beleidsplan voor Openbare Werken en Vervoer het vaakst voorkomt? “Brussel”, zal u zeggen, en dat klopt uiteraard.  Maar dan? “Samenwerking”.  Gevolgd door: “Overleg”.  Ook “dialoog” en “inspraak” scoren sterk.  Een samenleving bouw je immers niet op met confrontatie, maar met communicatie.  “Niet over mensen praten, maar mét mensen”, stond ooit boven een groot kranteninterview met u. 


Het is dan ook allerminst een toeval dat u de Brusselaars enthousiast poogt te overtuigen van  de zin van tweetaligheid en zelfs meertaligheid.  Talenkennis is niet alleen een gouden troef op de Brusselse arbeidsmarkt, maar ook een brug tussen de gemeenschappen.  Als de Brusselaars niet eens met elkaar kunnen praten, zullen samenhorigheid en verbondenheid een verre Limburgse droom blijven. 


Maar misschien bewaart u de mooiste herinneringen wel aan de periode waarin u, als collegelid van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, bevoegd was voor welzijn, gezondheid en gezin.  Toen kon u uw grote waarden, solidariteit en verantwoordelijkheid, echt in de praktijk brengen.  Het waren vaak heel kleinschalige initiatieven, maar zij maakten voor sommige mensen een wereld van verschil.  Die portefeuille sluit trouwens rechtstreeks aan op die andere slagader in uw politieke handelen, het gelijke kansenbeleid.  Daaraan timmerde u 25 jaar lang, soms met kleine stapjes, zoals toen u de eerste vrouwelijke sluismeester van de Haven van Brussel kon benoemen, soms ook met ingrijpende acties, zoals toen u het startschot gaf van het Vlaamse toegankelijkheidsbeleid, dat zo cruciaal is voor de integratie van personen met een handicap. 


Beste Brigitte, een kwarteeuw reeds beweegt u zich op het politieke voorplan.  Uw werkterrein was en is bovenal de Brusselse micro-kosmos.  Politiek bedrijven in Brussel vergt geduld en koppigheid, - nog twee Limburgse deugden.  Het vergt geduld en koppigheid, omdat de oerzenuw van de Belgische politiek – de taalkwestie – in Brussel open en bloot aan de oppervlakte ligt.  Elke kleine prikkel kan er een elektrische ontlading van jewelste teweegbrengen.  Maar het is zeer mooi hoe u, na al die jaren, toch nog de verontwaardiging in de blik heeft behouden wanneer het politieke debat ontspoort in emotie en ideologie.  Dan wacht u geduldig af tot de bui overwaait, waarna u vraagt dat de rede in het debat zou weerkeren en het overleg wordt hernomen.  Het is dan ook bijzonder passend dat u uitgerekend door de Senaat wordt gehuldigd, de assemblee waarin u pas in 2014 voor het eerst zitting nam, de assemblee die overleg en zakelijke reflectie hoog in het vaandel draagt.  Ik feliciteer u van harte met uw jubileum.

Categorie: 
 

Volg mij ook via

Laatste foto's

Twitter